De student kan koolhydraten herkennen (2D/3D), bouwen, tekenen en/of in detail uitleggen en dit voor elk van de volgende facetten: vorming, structuur, functie, eigenschappen, correcte naamgeving, identificatiereacties om de biomoleculen aan te tonen in een mengsel en tenslotte de opgedane kennis in gerelateerde cases toepassen.
De student kan lipiden herkennen (2D/3D), bouwen, tekenen en/of in detail uitleggen en dit voor elk van de volgende facetten: vorming, structuur, functie, eigenschappen, correcte naamgeving en tenslotte de opgedane kennis in gerelateerde cases toepassen.
De student kan nucleïnezuren en verwante moleculen herkennen (2D/3D), bouwen, tekenen en/of in detail uitleggen en dit voor elk van de volgende facetten: vorming, structuur, functie, eigenschappen, eventuele reacties (bijvoorbeeld ATP-hydrolyse), correcte naamgeving, hun rol in het cellulaire metabolisme en tenslotte de opgedane kennis in gerelateerde cases toepassen.
De student kan potentiometrische titraties van polyprotische zuren voorbereiden, milieubewust, veilig en correct uitvoeren in het laboratorium, de bekomen resultaten verwerken, interpreteren, kritisch evalueren en linken aan de hypothese en/of literatuur om vervolgens te rapporteren volgens de richtlijnen van laboverslaggeving.
De student kan proteïnen en alcohol herkennen (2D/3D), bouwen, tekenen en/of in detail uitleggen en dit voor elk van de volgende facetten: vorming, structuur, functie, eigenschappen, correcte naamgeving, identificatiereacties om de biomoleculen aan te tonen in een mengsel en tenslotte de opgedane kennis in gerelateerde cases toepassen.
Integere houding: De student kan een integer onderzoek uitvoeren door middel van: eerlijkheid (eerlijk onderzoek op correcte wijze verslag hiervan doen), zorgvuldigheid (zorgvuldig uitvoeren en nauwkeurig rapporteren), transparantie (navolgbaarheid van het onderzoek), onafhankelijkheid (niet laten leiden door anderen)
Verantwoordelijkheid opnemen: De student kan een actieve rol opnemen en bijdragen tot een duurzame en meer vreedzame wereld: in een labocontext gaat de student veilig, verantwoord en milieubewust om met chemische en (micro-)biologische agentia, stalen, laboratoriumapparatuur en productieapparatuur.
Een gesprek voeren. De student kan een gesprek voeren door de juiste vragen te stellen om zo de gewenste informatie te krijgen en kan geargumenteerd antwoorden op gestelde vragen. Dit in kader van labmeetings.
Interculturele en internationale kennis: zowel algemeen, taalkundig als in het vakdomein. Meer bepaald kan de student interculturele en internationale kenniselementen binnen het vakdomein opzoeken en vakjargon toepassen.