Bij het omschrijven van de eindcompetenties maakt de opleiding gebruik van de CanMEDS-rollen als referentiekader.
De student kan het nut van anatomische begrippen uitleggen.
De student kan de structuur van een menselijke cel uitleggen en aanduiden, en kan de functies van de onderdelen van de cel omschrijven.
De student kan de belangrijkste processen die in een menselijke cel plaatsvinden uitleggen.
De student kan de werking van het metabolisme binnen het menselijk lichaam uitleggen.
De student kan de belangrijkste weefsel in het menselijk lichaam benoemen en omschrijven.
De student kan de belangrijkste beenderen in het menselijk lichaam benoemen en aanduiden op een tekening.
De student kan de belangrijkste spieren in het menselijk lichaam benoemen en aanduiden op een tekening.
De student kan uitleggen wat mitose en meiose is.
De student kan een anamnese van een zorgvrager uitvoeren aan de hand van de 11 functionele gezondheidspatronen van Gordon.
De student kan uitleggen wat PGO is, en kan de verschillende stappen van dit onderwijssysteem beschrijven.
De student kan de essentie mondeling en schriftelijk rapporteren. (FOG)
De student kan de groep ondersteunen met voorbeelden, schema's… en aanvullende relevante stage-ervaringen.
De student kan samenvatten en concluderen. (FOG)
De student kan een professionele en eenduidige woordkeuze hanteren. (FOG)
De student kan een correcte professionele attitude aannemen. (FOG)
De student kan reflecteren over de inhoud en over het eigen handelen. (FOG)
De student kan uitleggen wat gezonde voeding en beweging is.
De student kan het begrip 'ageisme' omschrijven en aangeven hoe de samenleving kan evolueren naar een positieve en genuanceerde beeldvorming over ouderen.
De student kan uitleggen wat het verpleegkundig beroep inhoudt, en dit plaatsen binnen een maatschappelijke context.
De student kan de beroepen die actief zijn in de gezondheidszorg opnoemen en toelichten.
De student kan het gezondheidsmodel beschrijven en toepassen op een authentieke casus.
De student kan constructief, doelgericht en respectvol omgaan met anderen. (FOG)
De student kan teamleden correct feedback geven en ondersteunen. (FOG)
De student kan de evolutie van het verpleegkundig beroep doorheen de geschiedenis uitleggen, en kent de belangrijkste personen die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de verpleegkunde.
De student kan het belang van een duidelijke mensvisie binnen de verpleging benoemen en kan uitleggen met welke mensvisies er naar een zorgvrager gekeken wordt binnen een concrete casus.
De student kan de belangrijkste begrippen uit het algemene recht verklaren.
De student kan uitleggen wat patiëntenrechten zijn.
De student kan de belangrijkste juridische aspecten in het kader van het uitoefenen van het verpleegkundig beroep uitleggen.
De student kan uitleggen hoe het verpleegkundig beroep wettelijk beschermd is.