Bij het omschrijven van de eindcompetenties maakt de opleiding gebruik van de CanMEDS-rollen als referentiekader.
De student kan de theoretische kennis i.v.m. de anatomie en fysiologie van het urinaire stelsel, het hart, de bloedsomloop, bloedvaten en bloeddrukregulatie, het bloed, het ademhalingsstelsel, het spijsverteringsstelsel, het lymfestelsel en immuniteit en de zintuigen omschrijven en er toepassingen op maken.
De student kan de theoretische kennis i.v.m. de inleiding in de farmacologie, virussen en bacteriën, ziekenhuishygiëne omschrijven en er toepassingen op maken.
De student kan de theoretische kennis i.v.m. bedplassen en urinaire incontinentie, slaap, de basis voorzieningen i.v.m. zorg en welzijn omschrijven en er toepassingen op maken.
De student kan de essentie mondeling en schriftelijk rapporteren. (FOG)
De student kan de groep ondersteunen met voorbeelden, schema's… en aanvullende relevante stage-ervaringen. (FOG)
De student kan samenvatten en concluderen. (FOG)
De student kan een professionele en eenduidige woordkeuze hanteren. (FOG)
De student kan een correcte en professionele attitude aannemen. (FOG)
De student kan zelf linken leggen tussen de anatomie en fysiologie van het urinaire stelsel, het hart, de bloedsomloop, bloedvaten en bloeddrukregulatie, het bloed, het ademhalingsstelsel, het spijsverteringsstelsel, het lymfestelsel en immuniteit en de zintuigen.
De student kan zelf linken leggen tussen de anatomie en fysiologie van het urinaire stelsel en bedplassen en urinaire incontinentie.
De student kan reflecteren over de inhoud en over het eigen handelen. (FOG)
De student kan educatie geven aan de zorgvrager en/of zijn familie i.v.m. het normaal functioneren van het urinaire stelsel, het hart, de bloedsomloop, bloedvaten en bloeddrukregulatie, het bloed, het ademhalingsstelsel, het spijsverteringsstelsel, het lymfestelsel en immuniteit en de zintuigen.
De student kan educatie geven aan de patiënt en/of zijn familie i.v.m. bedplassen, urinaire incontinentie, slaap, voorzieningen i.v.m. zorg en welzijn en mogelijke aanpassingen aan de woning voor ouderen.
De student kan de organisatie en gezondheidspromotie van de gezondheidszorg en de betrokken instanties omschrijven.
De student kan op basis van een authentieke casus de zorgvrager gericht doorverwijzen naar de verschillende instanties in de gezondheidszorg.
De student kan constructief, doelgericht en respectvol omgaan met anderen. (FOG)
De student kan teamleden correct feedback geven en ondersteunen. (FOG)